Geen kromme Schreiner

Vandaag is de dag dat ik een heel stuk terug stap in de tijd. Voor de lezers die toevallig in het bezit zijn van mijn boek verwijs ik graag naar pagina 29, het hoofdstuk Kunstaas passie en dan het cursieve gedeelte waarin het verhaal van Sape zich afspeelt. Ik vis vandaag, in tegenstelling van wat ik in mijn boek schrijf, met een hengel uit het begin van de jaren zeventig. Ze behoorde ooit toe aan de eerder genoemde visser die er vele snoeken aan gevangen heeft. Sape heeft reeds lang ons midden verlaten en vertoefd, denk ik, ergens op de eeuwige jachtvelden met in zijn hand een exacte kopie van de hengel die ik dus van hem geërfd heb. Ik tuig de 10 grammer van fairplay met een Zebco Omgea 144 molentje voorzien van 18/00 nylon (2,5 kg) van Berkely. Het voelt meteen vertrouwd als ik de hengel ter hand neem en net na het opspoelen van de nieuwe lijn even een paar proefworpen in mijn huiskamer maak. Ik tuig de hengel verder met een anti kink vaan, een spinstang en een 35 mm LUXOR Rafale spinner. Verder steek ik een doosje met wat reservemateriaal bij me, een onthaak tang en eigenlijk ben ik nu klaar voor de mooiste manier van vissen. Vanzelfsprekend gaan er een Gopro mee waardoor het materiaal toch nog wat uitgebreid wordt maar veel meer dan een harnas voor de borstmontage en de camera zelf is het niet.

Het is twaalf uur als Jacob voorrijdt. We gaan niet een gehele dag maar gewoon een paar uurtjes vanaf de kant. Onderweg kom ik erachter dat het behoorlijk koud is en er overal een dun laagje ijs op het water ligt. Gelukkig is het beoogde watertje ijsvrij en we beginnen vol goede moed. Ik dus met de eerder genoemde combinatie en Jacob vist met een streamer. Jacob is de eerste die snoek waarneemt maar meer dan het bekijken van zijn streamer vindt er niet plaats. Ook mijn spinnertje wordt stelselmatig genegeerd. De Zebco laat het na een goed half uur afweten en ik moet noodgedwongen overschakelen op de Shimano. Na een kleine driehonderdmeter polderwater secuur te hebben afgevist, zonder ook maar meer waar te nemen dan het eerder genoemde resultaat, besluiten we te verkassen. Bij het nieuwe watertje aangekomen blijkt het al niet veel beter. Omdat de natte sneeuw ons om de oren vliegt verkassen we, tegen de bui in, richting huis. Onderweg doen we nog een watertje aan maar ook dit water blijft eensgezind met de andere watertjes en laat ons prachtig vissen maar van vangen is vandaag geen sprake. Geen kromme Schreiner, geen mooi ratelend slipje, een dag met nul vissen, twee ijsvogels, vier reeën en onnoemelijk veel overig natuurschoon.